Stuk

Stuk

Vraag me niet hoe het gekomen is. Ik weet het zelf niet. Op de één of andere manier woon ik sinds kort samen. Heel gezellig. Met de nieuwe vriend van Dochter. Moeilijke naam heeft hij.

Terwijl mijn eigen relatie stuk liep. Ging die van haar hartstikke aan. Het zat er ook al aan te komen. Alleen. Nu kom ik er niet meer vanaf. Geloof ik.

Dochter zelf is trouwens met vakantie. Die zit hem heel hard te missen in het buitenland. Tja. Het risico van de vroegboeker.

Maar goed. Het jong mist haar ook. Heel erg. En ergens tussen afscheid nemen op het vliegveld en het legendarische kiss-and goodbye-moment is er iets mis gegaan. Denk ik.

Toen hij terugkwam met mijn auto. Zette hij niet alleen de auto terug. Maar ook zijn koffer op haar kamer. Niks ‘Goodbye’. Hij wil in haar bed slapen.

Nu zij er niet is. Is haar Mamma het dichtste bij haar zijn. Denk ik.

Nu zit ik er dus mee. Ik durf mijn dochter niet te bellen. Elkaar missen is zo al erg genoeg. En ik durf gewoon niet zo goed.

Denk je? Dat ze nog van me houdt als ik het haar vertel. Hoe zeg je tegen je kind. Dat je haar vriendje kapot gemaakt hebt.

Ik bedoel. We hebben het niet over een Barbie waar per ongeluk de hete strijkbout op gezet is. Geen step die je in een woest struikel moment, mét boodschappentassen, per ongeluk van het pad af. In de sloot geschopt hebt. Goed diep ook.

Nee. Dit is haar vriendje. Dat is nogal wat.

En nu is hij stuk. Denk ik. Tenminste. Dat zegt hij steeds. Zodra ik begin te praten. Zegt hij “Ik ga stuk”.

En ja. Dat vind ik toch sneu voor die jongen. Denk dat ik er maar mee naar de huisarts ga. Of moet ik blauweplekkenzalf smeren? Pleisters en verbandje plakken? Maar waar dan? Waar is hij dan stuk?

Ik checken. Armpjes, beentjes, teentjes. Alles zit er nog gewoon aan. Terwijl ik dat doe roept hij het verdorie weer. Dat ie stuk gaat. Nou schiet mij maar lek. Ik snap er geen jota meer van.

Om ons even lekker af te leiden. Heb ik de verliefde meneer maar meegenomen naar de stort.

“Kijk jongeman. Daar eindig je als je écht stuk bent. Zodra ik fatsoenlijk heb leren aanhanger rijden althans. Anders kom je nergens. Stuk of niet. En nu we hier toch zijn. Kunnen we die aanhanger meteen wel even legen.

Nee. De werkhandschoenen heb ik niet. Vergeten. Sorry.

Ook sorry. Voor die brandnetels. Niet piepen. Dat nu je handen stuk gaan. Ik spring wel even op de kar. Schep ik die berg de kar uit. Lukt best. Wat zeg je jongen? Ga je stuk?”

Het zal wel.

Ik ga nu Dochter bellen.

 

Hallo leven

Kun je mij misschien

Als het lukt

Een andere schoonzoon geven

Deze gaat steeds stuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × drie =