Sneeuw-Engel

Sneeuw-Engel

Eigenlijk. Kwam het door haar. Zij. Ging dood. Onverwacht. Voor mij. Dom misschien. Want ik wist dat ze ziek was. Maar Zij. Zat zo vol leven. Dat ik dacht. Dat ze voor altijd zou blijven. Zij genoot. Groot. Met haar gezin. En vooral. Van vakantie. En wintersport. Nu is Zij. Een sneeuw-engel. In gedachte. In mijn hart. Altijd bij mij.

Dan ik. Midden in de nacht. Verbonden met haar. Ik bewonderde haar. En mijn kinderen. Willen zo graag. Nog een keer met mamma skiën. Allemaal al vaker gedaan. Van kinds af aan. Maar nog maar één keer samen. Omstandigheden. Die niet meer aan de orde zijn.

En zo. Zit ik in het donker. Ik doe. Wat Zij zou doen. Laptop op schoot. Rekenmachine in mijn hand. Ik voel me spannend. Stout. En dapper. Ik ben van de organisatie. Ik ben van de creatie. En van Boeking punt Kom krijg ik heel veel bedenktijd.

We hebben een meevaller. Er valt een financiële belasting weg. En dit jaar dan geen kerstcadeautjes. Kleding is er nog vol op. Ik pas de fel oranje broek van Zoon. Van vier jaar geleden. Toen was ik er al verliefd op. En een klein beetje jaloers. Van oma leen ik een jas. De Action heeft thermos ondergoed. De Aldi de rest. Collega wil die week wel werken. Hondenopvang heeft nog plek. En als ik eten meeneem. Koelbox en zelf koken. Broodjes smeren voor op de berg. Dan kan het. Net.

Ik kan het. Ik doe het.

Eerst nog drie maanden mijn geheim bewaren. Dan is het Kerst. Huilende pubers. Hun mooiste cadeau. De sneeuw in. Met mamma. Ik ben ook een sneeuw-engel.

Maar dan anders.

Dat kan nog lachen worden. Uitlachen. Wel te verstaan. Want mamma is geen zestien meer. De kinderen inmiddels wel. Die zullen misschien moeten wachten. En wachten. En wachten. Skischoenen aantrekken is namelijk veel bukken. En ik mag er niet op zijn vijfenveertigst bij kreunen. Of steunen. Ik mik op blauwe en rode pistes. Zij willen rood en zwart. Ken je dat? Dan rol ik wel naar beneden. Van sneeuw-engel. Naar sneeuwbal.

Maar links om. Of rechts om. We gaan. En we gaan het leuk hebben. Koud. Maar leuk.

Want in die nacht. Naar binnen gekeerd. Veel geleerd. Niet wachten. Op later. Later. Is een luxe. Die niemand zeker heeft. In die nacht. Weet ik weer even. Hoe kort het is. Het leven. Ik weet weer even. Dat ik ‘Ja’ wil zeggen. Tegen Samen. Dingen beleven.

‘Ja’ zeggen. Tegen het leven.

Hallo Leven

Weten doe ik het niet.

Maar ik hoop.

Dat Zij ons ziet.

En. Liever Leven.

Ik denk zomaar.

Dat Zij.

Haar zegen zou geven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf × drie =