Per Nu!

Per Nu!

Een suffe muts. Een schijtlijster in een kooitje. Zo’n zeven kleuren poeperd zonder aanleiding. Behalve mijn eigen gedachtes. Dat ben ik. Soms. Geweest.

Dan wilde ik heus wel. Verlangde ik echt. Droomde ik ’s nachts. Trouwens. Overdag ook. En dan deed ik. Helemaal. Hoegenaamd. Uitzonderlijk. Weinig. Tot niks.

Dat zei iets over mij. En daar werd ik dan ook alweer niks vrolijker van.

Dat je wordt uitgenodigd. En denkt dat er alleen maar beleefd gedaan wordt. Dus je gaat niet. Is voor iedereen beter. Geen gênante toestanden graag. Desnoods. Verzin je een smoes. Ik geloof dat mijn kinderen inmiddels dertien keer hebben moeten afzwemmen.

Dat er iemand met je wil lunchen. Spontaan. En je denkt. Dat die straks zijn verstand wel weer terug krijgt. Ergens tussen de eerste kop koffie en de uitsmijter. Dát zou ongemakkelijk zijn. Dus zeg ik ‘nee’. Ik kan niet. Ik eet niet.

Dat er iemand met je wil werken. Dat er iemand bij je wil zijn. Dat er iemand… Iets. Van of met je zou willen. Dat wilde er bij mij niet in. Dat innemen van ruimte. Zelfs als het me werd aangeboden. Ik vond dat een ongemakkelijk ding. Extra lastig. Als ik zelf iets wil.

Nu kan ik wel zien. Hoe klein ik soms ben. Nu kan ik zien. Waar mijn valkuil ligt. Want als ik niet op let. Dan ben ik zichtbaar onzichtbaar. Zet ik alles opzij. Inclusief mezelf. Dat is dan angst. Angst dat er niemand écht op mij zit te wachten. Angst dat ik het (je) moeilijk maak. Angst. Keihard en meedogenloos. Voor de afwijzing.

Dat mag anders. Dat kan anders. Als ik niet de groeten had aan “moeten”. Dan zou ik zeggen. Dat “moet” anders.

Per nu.

Graag.

Want ik heb haast.

Ik heb nog een leven te Leven. Hoofdletter L. Ik heb nog talenten te benutten. Ik heb nog een lach, een liefde, een passie en een missie te delen.

Kortom. Ik heb nog wat ruimte in te nemen. Om te beginnen bij mezelf. Moed op te brengen. Dapper te zijn. Te geloven. Dat als niet jij. In elk geval ík. Enorm op mezélf zit te wachten.

Per nu.

Zal ik vragen stellen. Mezelf uitnodigen. “Ja” zeggen. Op komen dagen. Mijn Ziel. Mijn blijheid. Mijn Zijn. Uitdragen. En er op vertrouwen. Dat daar iets goeds van komt.

 

Hallo Leven

Ik ga het je vragen

En als je ’t me zou geven

Kom ik met angst onder mijn ene arm

En moed onder mijn andere

Heel dapper opdagen

Veranderen

Is Leven.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

17 + negen =