Leeftijd Onbekend

Leeftijd Onbekend

Hij is oud. Leeftijd onbekend. Misschien weet hij het zelf ook niet meer. Er zijn meer dingen die hij niet meer weet. Zoals. Hoe hij hier gekomen is. En moeilijker nog. Hoe kom je weg?

Midden op een kruispunt. Terwijl de auto’s voor en achter hem langs stuiven. Staat hij stil en kijkt vertwijfeld achterom. Naar mij. Ik zag hem al staan. Dacht nog heel even dat de verkeersregels alweer veranderd zijn. Dat ontgaat mij wel eens. En dat je nu met je scootmobiel de weg wél op mag. Maar zijn vertwijfelde blik zegt mij dat niet ik, maar hij, de weg en de verkeersregels een beetje kwijt is. Dus steek ik over. Stop. Stap uit.

“Wat bent u aan het doen meneer?” Vraag ik hem. Toegegeven. Bij ongewone situaties is mijn eerste vraag niet mijn intelligentste moment. Met water-wazige oogjes kijkt hij me aan. Hij wil naar huis. Maar weet niet hoe. Terug kan ook niet meer. Scootmobiel is er prompt mee opgehouden. Dat is zijn geluk. Wie weet hoe het was afgelopen als hij door was gereden? Afgelopen misschien wel.

Mager lijf. Sokken. Geen schoenen. Stoppelbaardje van een dag of vier. Ingevallen wangen. Holle oogjes die mij en het leven niet meer helder krijgen. Hij zit al in mijn hart voordat ik er erg in heb. Dit had mijn opa kunnen zijn. Of mijn vader. Want ik weet niet hoe oud hij is.

De symboliek treft me. Daar sta je dan. Met je scootmobiel. Midden op een grote kruising. Het leven raast aan je voorbij. Terwijl jij bent gestopt. Je karretje ermee is gestopt. En je wilt nog maar één ding. Naar huis. Je weet heus wel waar dat is. Alleen niet meer zo goed hoe je er moet komen. Veilig.

Rondom ons stoppen nu ook anderen. De één belt de politie. De ander probeert of we het mobieltje weer kunnen laten rijden. Een verpleger in zijn vrije tijd helpt meneer aan zijn huisadres. We houden het verkeer stil en een jonge knul loopt met hem mee bij het oversteken. Terug naar waar hij vandaan kwam.

Het doet zeer. Mijn ervaring met deze meneer. Want je hoeft niet zo heel hard gestudeerd te hebben. Om te zien. Dat we hier een uitzonderlijke situatie staan op te lossen. En toch. Toch zijn er mensen. Die toeteren. Gebaren. Wild. Verontwaardigd. Ze hebben haast denk ik. Willen ook naar huis. Denk ik. En snel. Drukken hun auto zelfs langs ons. Het kruispunt over. En dat doet zeer.

Want het had ook hún opa, hún vader kunnen zijn. Deze meneer. Dan wil je toch ook. Dat hij weer thuiskomt? Dat hij veilig is. Of veilig wordt gehouden. Als zijn begrip en zijn karretje. Ermee zijn opgehouden?

Van alles wat je in het leven kunt zijn. Is “vriendelijk”. Wat mij betreft. Toch de vriendelijkste.

 

Hallo Leven

Zullen we?

Altijd. Overal.

Elkaar een helpend handje.

En een heleboel vriendelijkheid geven?

One thought on “Leeftijd Onbekend

  1. Mooi Nelleke. Zo is het. Het begint bij jezelf. De toeterende mensen willen ook graag een helpende hand wanneer zij dat nodig hebben, maar kunnen het helaas nu nog niet voor een ander doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

14 + 15 =