Een onsje Geluk

Een onsje Geluk

Elke ochtend. Deur uit. Koffie in de ene hand. Uiteraard. Sleutels en tas in de andere. Maar vanochtend. Struikelmomentje. En natúúrlijk een wit shirt. Geen goede combi. Ander pakkie aan. Bellen. Ik kom wat later.

Op gauw schoongemaakte schoenen ren ik naar binnen. Had ik beter niet kunnen doen. Voor rennen blijkbaar ook al geen talent. Er gaat iets mis in de timing tussen ren-snelheid en dichtvallende deur. Vinger ertussen. Blijk ik wel veel talent voor intern schelden te hebben. Zie je aan de buitenkant niks van. Want hey. Er zijn nog negen vingers goed. Toch?

Lunch. Zin in een sinaasappel. De sinaasappel heeft ook zin. Zin om uit mijn handen. Lief spetterend. Via mijn broek. Het meest stoffige hoekje van het pand in te rollen. Ach. Fruitsuikers zijn eigenlijk net zo slecht voor je heupen als chocola. Toch?

Als ik terug loop naar mijn auto. Staat er eentje kort op mijn deur. Te kort. Gaat niet lukken. Niet met heup één. Niet met heup twee. Dus klauteren via bijrijder stoel. Onzachte aanvaring tussen knie en dashboard. Hallo stuur. Mijn tas ben ik kwijt. Staat nog op het dak. Terug dus. Dashboard opnieuw in de weg. Knie wordt al dik geloof ik. Maar hey. We kunnen naar huis. Meer wil je niet. Toch?

Soms ben ik zo blij dat ik weer thuis ben. Hoeft niet eens heelhuids. Als ik maar thuis kom. Vandaag niet. Niet blij. In de haast van vanmorgen honden los laten lopen. Mijn spiksplinternieuwe kleed is groen. Toegegeven. Er is niet heel veel fantasie nodig. Om daar een grasveldje in te zien. Blijkt. Maar hey. Je moet de ‘hoop’ nooit opgeven. Toch?

Als ik dweil en doekje weg leg. Precies dan. Belt Puber 1. Scooter staat stil. Accu leeg. Of ik haar met spoed kom halen. Ze moet naar de kapper. Of ik dan ook meteen haar vriendje wegbreng. Nu ik er toch ben. Er is ook nog een collega zonder vervoer.

Ik ben niet zo goed in nee-zeggen tegen smekende ogen. Maar ik heb nog geen koffie gehad. Ik maak een killer-Latte. Normaal. Nu kan ik alleen nog maar denken. Aan dat ene woordje. “Killer” Hoe lekker zou dat zijn? Maar hey. Het is leuk. Kinderen. Toch?

Ergens in de loop van deze dag. Zegt een meneer tegen mij. “We zouden allemaal wel -een-onsje-Nelleke- willen hebben denk ik.“ Dat ging over mijn humeur. Mijn uitstraling. Die werden door die opmerking niks slechter. Overigens.

Hij heeft gelijk. Als ik met humor blijf kijken. Zijn mijn heupen nog net zo breed. Doet mijn vinger nog steeds zeer. Heeft mijn knie een ice pack nodig. Heb ik honger. Te weinig koffie gehad. Hele arbeidsintensieve kinderen. En sommige mensen kunnen niet parkeren.

Maar ik?

Ik heb dan altijd nog ‘Een onsje Geluk’.

 

Hallo Leven

Kom maar op

Doe maar moeilijk

Mij krijg je niet stuk

Ik heb toch altijd

Een onsje

Of meer

Geluk.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

8 + 19 =