De Brug

De Brug

Ik vond het al geen briljant plan. Dan kunnen er twee dingen gebeuren. Het gaat goed. Of het komt goed.
Onze grote tanker-auto had een kapot lampje. En dat kan niet. Dus op naar Franse garage. Een smal bergweggetje dat ik al 26 jaar succesvol vermijd. Links bergwand. Rechts afgrond. Volgens thuisfront prima te doen en met halve verlichting Italië inrijden trekt me niet. Dochter was wel in voor een avontuur en na drie keer diep zuchten draai ik die tank het weggetje in. Jongens wat een meevaller. Hier en daar toch best breed, huizen die we nog nooit eerder hebben gezien, een soort verheugd zitten we om ons heen te kijken. Blij zelfs.
Geen tegenliggers. Niks.

Vrolijk stuur ik onze tank door de bochten en sta plotseling op mijn rem. Ging vanzelf. Voor ons ligt het smalste bruggetje dat ik ooit heb gezien. Gietijzeren leuningen die ik in gedachte de lak van mijn verliefde-bolide af zie schrapen. Wegdekframe ook van metaal, met beton overgoten. Hier en daar is het beton er tussen uit en recht voor ons staat een bord dat er wegwerkzaamheden zijn. Gebogen mannetje met een schep en een bultje zand. Wij goed kijken, geen mannetje te zien. Terwijl er toch duidelijk werk aan de brug is.

Nieuw keuzemomentje. De brug over kan niet. Gas-been weigert pertinent dienst. Scherpe, steile oprit-bocht links lukt niet, de draai is te krap, de berg te uitbundig. En ja hoor. Er staat er eentje achter me. En dan nog eentje. Motor uit, handrem erop, uitstappen en vriendelijke fransman uitleggen dat ieder vooroordeel over een vrouw achter het stuur waar is. Hij blijft zeggen dat het echt kan, dat bruggetje over, maar ja, dat been hè. ‘Ik ben bang’ zeg ik in mijn beste Frans. ‘Ach’ zegt hij, ‘de garage is toch dicht.’ We komen overeen dat hij rustig wacht terwijl ik het kontje van de tanker, rechts de bocht om, het afgrondje in zal laten zakken zodat zij kunnen passeren en ik omkeren. Dat werd me toch een vrolijk tafereel. Ik snauw tegen Dochter dat zij rechts uit het raam moet kijken en zelf hou ik schurende muur links in de gaten. Die k..auto piept al dramatisch als er een hoog grasje voor de sensor zit dus als het aan sensor ligt heb ik de halve berg aangereden. Rustig wordt ik er niet van.
Meneer zwaait vrolijk als hij mij voorbij rijdt, zijn achtervolgster in bestelbus ook, zó het bruggetje over. Zwakjes zwaai ik terug. Ik voel me een watje.

‘S middags bijzondere ontmoeting met een ‘Ome Jan’. En? Wat deed u dan voordat u met pensioen ging? Ik was garagehouder.

Inzicht van de dag: Ook zonder relatie krijgt een man me zo gek dat ik me met mijn kont in de afgrond laat zakken om hem vervolgens vrolijk aan mij voorbij te laten gaan. Ik zwaai hem nog na ook!
L’histoire se répète. Et répète. Et répète.

Maar hey, dankzij de gouden handjes van ‘Ome Jan’ rijden wij helder verlicht op Italië an.
En dat is ook wat waard.

Hallo leven.
Trek wat moois aan.
On y va.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie × 4 =